voorwoord prof. Jos Frenken


Voorwoord van prof. dr. Jos Frenken 1997
Recent is aangetoond dat veel seksuele delinquenten al in hun puberteitsleeftijd zijn begonnen met seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens vrouwen en kinderen. Daar is nooit aandacht aan besteed door de sociale omgeving van die jongeren. Seksueel gewelddadig gedrag door jongeren wordt in de samenleving nog veelal afgedaan als behorend bij een onschuldige experimenteerfase die wel overgaat als de jeugdige ouder wordt. Veel inzicht in deze specifieke groep plegers is er nog niet: wat is de aard en omvang van de delicten? Wat voor jongeren zijn de plegers? Hoe doet justitie deze zaken af? In welke mate wordt binnen het jeugdstrafrecht gebruik gemaakt van behandelvormen gericht op recidivepreventie?
In Minderjarige zedendelinquenten geeft de jurist en criminoloog Michael Boelrijk antwoord op deze vragen. Hij onderzocht daarvoor — na een uitvoerige literatuurstudie — 182 dossiers van minderjarige verdachten en interviewde een aantal van hen. Hij brengt deze groep jongeren in kaart zowel vanuit een forensisch-seksuologisch en criminologisch perspectief als vanuit een juridisch perspectief. Boelrijk documenteert dat jeugdige plegers een heterogene groep vormen: heterogeen in de aard van de seksuele handelingen, de delictsituatie, de leeftijd van de slachtoffers, de mate van geweld, recidive, etnische achtergrond en criminele antecedenten. Even divers blijkt de afdoening te zijn van de 182 gevallen door politie, Openbaar Ministerie en de rechter. De afdoening en de registratie daarvan blijken nogal wat gebreken te vertonen.
Omdat sepot met een reprimande en jeugddetentie lang niet altijd effectief zijn, pleit de auteur voor het optimaal benutten van justitiële behandelvoorzieningen. Hij geeft het belang aan van een “stok achter de deur”. Deze stok is een juridische titel voor de behandeling. Een jeugdstrafrechtelijke behandelingsmaatregel legt de rechter nu nog veel te weinig op bij jeugdigen met een verhoogd recidiverisico. Het belang van deze studie is dat zij een brug slaat over de kloof tussen het jeugdstrafrecht en de intramurale en ambulante jeugdzorg voor deze groep plegers.
Als het centrale doel het terugdringen is van het aantal slachtoffers in de naaste en verre toekomst en als psycho-educatie en het aanleren van prosociaal seksueel gedrag dat kunnen bevorderen, dan is het essentieel dat juristen hun weerstanden tegen deze behandelvormen laten varen om de mogelijkheden die het jeugdstrafrecht daartoe biedt optimaal te benutten.
Dit boek is de beste Nederlandse studie op dit gebied ten behoeve van kinderrechters, officieren van justitie, advocaten, medewerkers van jeugd- en zedenpolitie en werkers in de jeugdzorg.
Prof. dr. J. Frenken, seksuoloog, voorzitter van de Vereniging voor Forenische Seksuologie

Advertenties

Over zedenrecht

www.zedenrecht.nl
Dit bericht werd geplaatst in Boek 1997, Dissertatie 1997. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s